Witwaspreventie

WITWASRICHTLIJNEN 17 AUGUSTUS 2026

De wijze van toepassing van de Gedragslijnen zijn afhankelijk van het risicoprofiel van de cliënt en/of opdracht. Dit veronderstelt een tweeledige risicobeoordeling:

  • een algemene beoordeling van de risico’s waaraan de advocaten blootgesteld;
  • een beoordeling van de risico’s die verbonden zijn aan elke cliënt (individuele risicobeoordeling)

De volgende stappen lijken nuttig in het kader van de individuele risicobenadering: 

  1. WIE - Aanvaarding van de cliënt (CAP – cliëntacceptatiebeleid) en cliëntenonderzoek (KYCknow your customer) : identificeren van de client en de uiteindelijk begunstigden en de ware "begunstigden" van de verrichting. Inzicht verkrijgen in de oorsprong van de gelden en de bron van het vermogen van de client indien nodig, de eigenaren ervan en het doel van de verrichting.
  2. WAT - Aanvaarding van de opdracht: de aard van de gevraagde dienstverrichting begrijpen. Advocaten moeten de exacte aard van de dienst dat zij verrichten begrijpen zodat zij kunnen inschatten hoe deze dienstverrichting het witwassen van illegale vermogensvoordelen zou kunnen faciliteren. 
  3. WAAROM - Begrijpen van de bedrijfseconomische of persoonlijke beweegredenen voor de gevraagde dienstverrichting: advocaten moeten inschatten dat er oprechte en legitieme redenen zijn (of reden is) die aan de basis liggen van de gevraagde dienstverlening. Dit is altijd een subjectieve inschatting.
  4. Aandacht besteden aan de risicofactoren (knipperlichten of red flag indicators): waakzaamheid uitoefenen bij het identificeren en vervolgens opvolgen van de diverse aspecten van de verrichting in het licht van de vermijding dat er illegale vermogensvoordelen worden witgewassen. 
  5. Overwegen welke maatregelen worden genomen: de resultaten van de risicobeoordeling heeft een invloed op het niveau van documentatie die wordt verzameld in het kader van CDD/EDD-procedures (client due diligence/engagement due diligence).
  6. Rapportering: advocaten dienen te beschikken over voldoende rapporteringsprocedures om de voormelde stappen te documenteren.

 Belangrijke factoren met oog op een risicobenadering 

  1. de kenmerken van de cliënten:
  • politiek prominent persoon, direct familielid ervan of naaste geassocieerde;
  • de zakelijke relatie vindt plaats in ongebruikelijke omstandigheden;
  • de cliënten die inwoner zijn van geografische gebieden met een hoog risico bedoeld onder 3°;
  • rechtspersonen of juridische constructies die vehikels zijn voor het aanhouden van persoonlijke activa;
  • vennootschappen met gevolmachtigde aandeelhouders (“shareholders”) of met aandelen aan toonder;
  • bedrijven waar veel geldverkeer in contanten plaatsvindt;
  • de eigendomsstructuur van de vennootschap lijkt ongebruikelijk of buitensporig complex gezien de aard van de vennootschapsactiviteit;
  1. de kenmerken van de dienst welke Corvus Advocaten levert:
  • private banking;
  • producten of verrichtingen die anonimiteit bevorderen;
  • zakelijke relaties op afstand of verrichtingen op afstand, zonder sommige garanties, zoals elektronische handtekeningen;
  • betalingen die worden ontvangen van onbekende of niet-verbonden derden;
  • nieuwe producten en nieuwe zakelijke praktijken, daaronder begrepen nieuwe leveringsmechanismen, en het gebruik van nieuwe of in ontwikkeling zijnde technologieën voor zowel nieuwe als reeds bestaande producten.
  1. de betrokken landen of geografische gebieden:
  • onverminderd artikel 38 AWW, landen die op basis van geloofwaardige bronnen zoals wederzijdse beoordelingen, gedetailleerde evaluatierapporten, of gepubliceerde follow-uprapporten, worden aangemerkt als een land zonder effectieve WG/FT-systemen;
  • landen die volgens geloofwaardige bronnen significante niveaus van corruptie of andere criminele activiteit hebben;
  • landen waarvoor sancties, embargo's of soortgelijke maatregelen gelden die bijvoorbeeld door de Europese Unie of de Verenigde Naties zijn uitgevaardigd;
  • landen die financiering of ondersteuning verschaffen voor terroristische activiteiten, of op het grondgebied waarvan als terroristisch aangemerkte organisaties actief zijn.
  1. de leveringskanalen waarop een beroep wordt gedaan,
  2. het doel van een rekening of een relatie,
  3. de omvang van de activa die door een cliënt worden gedeponeerd of de omvang van de gesloten verrichtingen,
  4. de regelmaat of de duur van de zakelijke relatie.

Het gewicht van deze risicofactoren (cliënt, dienst of geografie (afzonderlijk of in combinatie)) bij het beoordelen van het algehele risico inzake WG/FT kan variëren, gegeven de grootte, de verfijning, de aard en de omvang van geleverde diensten. Deze factoren worden dan ook niet elk afzonderlijk beschouwd. 

(…) 

De bijwerking van de algemene risicobeoordeling houdt in voorkomend ook in dat de individuele risicobeoordelingen worden bijgewerkt.

[1] Artikel 3, 9° : „9° “derde land met een hoog risico“: een derde land waarvan de WG/FT-regelgeving door de Europese Commissie is aangemerkt, overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2015/8 49, als een regelgeving die strategische tekortkomingen vertoont die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de Europese Unie, of dat door de Financiële Actiegroep, het Ministerieel Comité voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst, de Nationale Veiligheidsraad of de onderworpen entiteiten is aangemerkt als een land met een hoog geografisch risico“

 

 

Wet van 18 september 2017 (witwaswet)

Wet tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten

https://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/2017/09/18/2017013368/staatsblad

Artikel 1.

§ 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
§ 2. Deze wet heeft hoofdzakelijk tot doel het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen. Ze verzekert de omzetting van de Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie.

Art. 2. Voor de toepassing van deze wet en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, wordt beschouwd als "witwassen van geld" :
1° de omzetting of overdracht van geld of andere goederen, wetende dat deze zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of een persoon die bij een dergelijke activiteit is betrokken, te helpen aan de juridische gevolgen van zijn daden te ontkomen;
2° het verhelen of verhullen van de werkelijke aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing, rechten op of de eigendom van geld of goederen, wetende dat deze verworven zijn uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit;
3° de verwerving, het bezit of het gebruik van geld of goederen, wetende, op het tijdstip van ontvangst, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit;
4° deelneming aan, medeplichtigheid aan, poging tot, hulp aan, aanzetten tot, vergemakkelijken van, of het geven van raad met het oog op het begaan van één van de in de bepalingen onder 1°, 2° en 3° bedoelde daden.

Art. 3. Voor de toepassing van deze wet en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, wordt beschouwd als "financiering van terrorisme" : de verstrekking of verzameling van geldmiddelen en andere vermogensbestanddelen, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, met het oogmerk dat deze worden gebruikt of in de wetenschap dat zij, geheel of gedeeltelijk, zullen worden gebruikt door een terroristische organisatie, of door een terrorist die alleen handelt, zelfs zonder enige band met een bepaalde terroristische daad.

(...)

Art. 5. § 1. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de volgende onderworpen entiteiten, handelend in het kader van hun beroepsactiviteiten :

(...)

28° de advocaten :
a) wanneer zij hun cliënt bijstaan bij het voorbereiden of uitvoeren van verrichtingen in verband met :
 i) de aan- en verkoop van onroerend goed of bedrijven;
 ii) het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa;
 iii) de opening of het beheer van bank-, spaar- of effectenrekeningen;
 iv) het organiseren van de inbreng die nodig is voor de oprichting, de exploitatie of het beheer van vennootschappen;
 v) de oprichting, de exploitatie of het beheer van fiducieën of trusts, vennootschappen, stichtingen of soortgelijke structuren;
b) of wanneer zij optreden in naam en voor rekening van hun cliënt in enigerlei financiële verrichtingen of verrichtingen in onroerend goed;

 

 

Artikel 69 Codex Deontologie

Art. 69 – Maatregelen van interne organisatie

De advocaat stelt interne procedures op overeenkomstig de regels opgenomen in bijlage 1 (Witwaspreventieverplichtingen) bij deze Codex.

Bijlage aan Codex Deontologie

Artikel 1 van de Bijlage:

Voor de toepassing van de Codex, wordt beschouwd als “witwassen van geld”:

1° de omzetting of overdracht van geld of andere goederen, wetende dat deze zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit, met het oogmerk de illegale herkomst ervan te verhelen of te verhullen of een persoon die bij een dergelijke activiteit is betrokken, te helpen aan de juridische gevolgen van de daden van die persoon te ontkomen;

2° het verhelen of verhullen van de werkelijke aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing, rechten op of de eigendom van geld of goederen, wetende dat deze verworven zijn uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit;

3° de verwerving, het bezit of het gebruik van geld of goederen, wetende, op het tijdstip van ontvangst, dat deze voorwerpen zijn verworven uit een criminele activiteit of uit deelneming aan een dergelijke activiteit;

4° deelneming aan, medeplichtigheid aan, poging tot, hulp aan, aanzetten tot, vergemakkelijken van, of het

geven van raad met het oog op het begaan van één van de in de punten 1°, 2° en 3° bedoelde daden;

Artikel 2 van de Bijlage :

Voor de toepassing van de Codex, wordt beschouwd als “financiering van terrorisme”: de verstrekking of verzameling van geldmiddelen en andere vermogensbestanddelen, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, met het oogmerk dat deze worden gebruikt of in de wetenschap dat zij, geheel of gedeeltelijk, zullen worden gebruikt door een terroristische organisatie, of door een terrorist die alleen handelt, zelfs zonder enige band met een bijzondere terroristische daad;